Verslag Tafel psychiatrie in Eindhoven

Vandaag zat ik aan tafel met een groep wijzen uit de psychiatrie in Eindhoven: Toon Walravens van (GGZE / Groeirijk), Lisa van Duijvenboden (moreel werker bij GGZE), Rob van der Doelen ( docent middelbare school op het GGZE terrein), Nanda Verbaan ( ervaringsdeskundige psychiatrie, PTSS) en Jantine Hoekstra ( Parktheater).

Velen zijn werkzaam op het GGZE-terrein, wat gezien kan worden als een dorp op zich. En alleen dit dorp begrijpen is denk ik al een levenstaak. ‘Waar zijn we aan begonnen?’ denk ik bij mezelf. Het leven te begrijpen door het leven te onderzoeken… Wellicht naïef? Maar deze mensen vanavond zijn voor mij een druppel uit de oceaan. En in die druppel zit de gehele oceaan.

 

Het leven te begrijpen door het leven te onderzoeken… Wellicht naïef?

Toon Walravens, ervaringsdeskundige, specialist en zoveel meer, vertelde mij over de man die zijn ziel in een glas water zag. Traag liep hij over de gang en fluisterde ‘kijk…kijk’, hij wijst naar zijn glas: ‘dat is mijn ziel’. Het eerste wat je denkt is misschien ‘arme man, hij heeft het niet helemaal op een rijtje’. Maar wie bepaalt wat gek is of niet? Op straat lopen honderden mensen tegelijk te praten in het niets. Horen deze mensen stemmen? Nee ze hebben oortjes in en laten ons dus zien dat ze met een ander persoon ergens in deze wereld praten. Maar wie zegt dat dit waar is? Dat we dit met honderden tegelijk doen, doet ons niet meer opkijken en maakt het dus waar? Daarnaast hebben we het oortje wellicht zelf ook een keer gebruikt en ervaren. We begrijpen het. Al snappen we de techniek niet volkomen, we weten wel hoe het voelt en wat de consequenties zijn. Namelijk het geluid in je oor van iemand die je kent en waar je mee spreekt. Je weet dat die ander bestaat.

Het woord ‘begrijpen’ bleef maar nagalmen uit dit gesprek, toen ik die avond in bed lag. Het slapen kwam maar niet. Mijn hoofd draaide door. Over het gesprek maar ook over alles wat ik nog wilde regelen. Locaties, persberichten, productielijstjes en inhoudelijk moest ik alles vastleggen. Alles vastleggen. Alles vastleggen. Aan de slag gaan. Onwillekeurig volgden die gedachten elkaar in een loop op. Begrijpen, begrijpen, begrijpen.

Iemand in het gesprek zei ‘Wij willen de wereld begrijpen. Wij willen de ander begrijpen. En wat we niet begrijpen gaan we wellicht uit de weg. Maar toch, hoe meer je niet wil begrijpen hoe interessanter het leven wordt.’ Het beeld van een wereld van productielijstjes, rechte lijnen en functionaliteit komt bij me naar boven, maar er is ook die wereld van kromme lijnen, absurdisme en onbegrijpelijkheden. Die laatste laten we moeilijk toe. In die wereld zijn we overgeleverd aan de honden. Niemand die daar je hand kan vast houden. Elke beweging die ik niet herken, maakt me bang. Ik snap niet meer wat die ander doet, ik kan het niet logischerwijs volgen. ‘We willen de ander begrijpen,’ werd meermaals gezegd. Maar ik vraag mij af of het gaat over het willen begrijpen. Willen we de ander echt begrijpen? Of gaat het over controle? Willen we niet liever de situatie controleren?

Willen we de ander echt begrijpen? Of gaat het over controle?

En terwijl ik met moeite in slaap kom door alle gedachten zie ik kinderlijk blije meisjes en jongens die gewoon graag willen meedoen. Aan de kant van het speelveld, popelend wanneer om in mogen springen. Wiebelend van het ene been op het andere been. Hun wil om mee te doen is zo groot. Wij zijn allemaal die kleine meisjes en jongens. We willen graag meedoen. Meedoen is fijn. Niet meedoen is deprimerend. Alleen is het speelveld geen voetbalveld waar we tegen een bal aanschoppen. Ons speelveld is een groot complex veld met onbegrijpelijke regels, een extreem hoog tempo en duizenden die meedoen. Deze avond vertelde iemand mij over die drang om mee te doen. Als je dan slecht slaapt helpt dat niet mee. Dus is een slaappil een makkelijke oplossing. Een snelle oplossing. Oxozepam. Kunnen we slecht slapen als afwijkend gedrag beschouwen?

Geef een antwoord

Schuiven naar boven