Verslag ‘Salon: waan of werkelijkheid?’ Eindhoven

4 oktober, we zijn met onze reizende Salon in de Philipszaal van het Parktheater geland. Met mondkapjes en op de grond een strakke lijn om mij heen die mij vertelt tot waar ik mag lopen. Kom niet te dichtbij. Houd afstand. In alles spreekt het tegen waar ik voor sta. Maar toch zijn we door de mondkapjes heen iets dichter bij elkaar gekomen.

Wat we ook zeker in onze zak kunnen steken is dat we het eens zijn over één ding: diversiteit is noodzakelijk voor de samenleving.

'In alles spreekt het tegen waar ik voor sta. Maar toch zijn we door de mondkapjes heen iets dichter bij elkaar gekomen.'

Is autisme nodig voor ‘onze’ samenleving? Nee, het is de samenleving. Het IS er in de samenleving. En autisme begrijpen? Dat zullen we nooit volledig doen omdat het op zichzelf al divers is. En dat toont de avond prachtig.

Noud van der Heijden vertelt ons zijn verhaal via zijn tekeningen. ‘Op het speciaal onderwijs zag ik de wereld nogal zwart-wit. Sinds ik op de creatieve school, Sint Lucas, zit, niet meer.’ En hij wijst naar zijn kleurvolle illustratie. Chantal Giller kijkt ons sprankelend aan, ‘ik ben eerst Chantal, met al mijn goede en slechte eigenschappen, en dan pas heb ik autisme.’

Wellicht is ons decor niet echt autisme-proof. Lampjes, lichtjes, een afwisselend programma, mensen die rondom zitten. ‘Maar’, zegt Tomas, ‘dat is niet aan de ander om dat bij voorbaat op te lossen. Het is ook belangrijk dat ik aangeef wat ik nodig heb, dan kan de omgeving daar rekening mee houden.’ En dat maakt mijn ongemak ineens inzichtelijk. We willen het niets liever dan goed doen. ‘Doe het maar fout,’ zegt gastcurator Ilonka van der Sommen, ‘dan leer je!’

Gooi jezelf in het diepe. Ik denk ineens aan mezelf als klein meisje dat nog niet kan zwemmen. Ik mag niet alleen het water in. Bandjes om in het ondiepe. Alle ogen op mij. Daar werd ik zenuwachtig van. Dus op een dag, op een onbewaakt moment, zonder bandjes, sprong ik het diepe water in. Ik kon verzuipen maar dat deed ik niet. Al spartelend wist ik boven water te blijven.

‘De ongemakkelijkheid zit bij de mensen die geen autisme hebben'

Moeten we niet meer durven spartelen? Zoals Ilonka zegt: ‘De ongemakkelijkheid zit bij de mensen die geen autisme hebben, mensen met autisme hebben daar zelf minder moeite mee. Het is iets dat bij hen hoort.’ Zoals een vis als zwemmer geboren wordt. Wij als mens hebben de capaciteit om te zwemmen maar we moeten wel springen.

Zoals Anke van Wijk, die je af en toe naar Ute Butterweck ziet kijken. Een vertrouwelijke sprong van Anke naar Ute.
‘Ben je gelukkig?’
‘Ja.’
‘Wat maakt je gelukkig?’
‘Weet ik niet.’
De mooiste uitspraak van de avond. Of anders gezegd: ‘Als een trein te laat is, is dat minder erg dan wanneer een mens te laat is. Van een trein weet je zeker dat hij komt, van een mens weet je dat nooit.’ En dat niet weten is de allermoeilijkste uitdaging voor ons als mens. We zullen nooit helemaal weten wat er in die ander om gaat.

Een man in de zaal maakt een raak punt: ‘Hebben we niet last van taalluiheid? Een autist is iemand met autisme. Maar kunnen we niet beter zeggen, iemand met een grote zorgvuldigheid, punctualiteit, zorgzaamheid, sensitiviteit…?’

Dat kunnen we in woorden doen maar wellicht kunnen we dat ook zonder woorden. In geluid, met een gitaar. Bas Janssen toont ons een prachtig kwetsbaar mens die zijn verhaal vertelt door zijn muziek, met drie moppen tussendoor. En wij, wij hebben het geduld om er naar te luisteren.

Dat is mooi, geduld. Geduld om de ander zijn verhaal te horen. Dan is er geen verschil tussen autisme of geen autisme, dan is er gewoon Mens!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Schuiven naar boven