Ik ben een gemeenschap

Voor de nieuwe voorstellingen van Stormkamer onderzoeken we wat zorg is en wat het van ons vraagt. Daarover gaan we in gesprek met allerlei mensen. Kim, die zwanger is, merkte dat dit onderzoek haar op een heel persoonlijke manier raakte. In deze blog deelt ze hoe haar zwangerschap haar anders laat kijken naar zorgen, verbondenheid en de vanzelfsprekendheid waarmee we soms voor de één zorgen, maar niet voor de ander. 

Update: Kim is op 6 september bevallen van een gezonde dochter.

Omzien naar elkaar

Een tijdje geleden zat ik aan tafel met een groep mensen uit Den Bosch. Omdat we daar voorstellingen over gaan maken, hadden we het over zorg. Iedereen keek naar mij en zei: ‘Wat een actueel thema voor jou. Jij bent ‘as we speak’ voor iemand aan het zorgen.” Ik was verbaasd. Zo voelt het helemaal niet. Ik heb juist het idee dat ik vooral nog voor mezelf zorg. Tijdens ons onderzoek kreeg het zinnetje ‘omzien naar elkaar’ een nieuwe betekenis. Voordat je voor iemand kunt zorgen, moet je diegene eerst zien. Zien dat de buurvrouw misschien wat hulp kan gebruiken. Zien dat het stoepje van de overbuurman nog niet sneeuwvrij is. Of zien dat je vriendin de laatste tijd niet zo lekker in haar vel zit.

"Iedereen keek naar mij en zei: ‘Wat een actueel thema voor jou. Jij bent ‘as we speak’ voor iemand aan het zorgen.”

'de frummel'

Maar wat ik nog niet kan zien, is wat er in mijn buik groeit. Dankzij een zwangerschapstest en echo’s heb ik een glimp opgevangen, maar eigenlijk heb ik geen idee. Meestal noem ik het ‘de frummel’. Een andere naam weet ik nog niet. Gek eigenlijk, om een naam te geven aan iets wat je nog niet echt hebt gezien. Voelen doe ik het wel. Het rekt mijn buik op, vraagt energie en geeft me soms een euforisch, soms een overweldigend gevoel. Maar het blijft ongrijpbaar. Niet te pakken, niet te vangen, niet te kennen en niet te zien.

 

Is dit gek?

Laatst legde iemand zijn hand op mijn buik. Meteen daarna trok hij hem weer terug en zei: ‘Misschien is dit gek. Sorry.’ ‘Nee,’ zei ik. ‘Geen sorry. Ik vond het juist leuk.’ Hij antwoordde: ‘Eigenlijk is het best gek dat je zomaar de buik van een zwangere aanraakt, terwijl je dat anders nooit zou doen.’ Ik vond dat helemaal niet gek. Die hand voelde als een poging om contact te maken met dat wat in mijn buik groeit. Ik vond het mooi dat niet alleen ik nieuwsgierig was. Niet alleen ik wilde voelen en aanraken, maar hij ook. Het voelde als een erkenning van iets wat nog nauwelijks zichtbaar is.

"Die hand voelde als een poging om contact te maken met dat wat in mijn buik groeit. Ik vond het mooi dat niet alleen ik nieuwsgierig was."

Eén systeem

Ik zorg dat ik goed eet, dutjes doe en genoeg ijzer, calcium en omega-3 binnenkrijg. Ik zorg goed voor mezelf en daarmee zorg ik voor de frummel. We zijn nog één systeem. Voedsel komt via mij naar binnen. Warmte ook. En toch kan het bewegen zonder dat ik daar iets over te zeggen heb. We hebben twee verschillende hartslagen. Twee keer twee handen. Twee keer twee ogen. Twee mensen in één lichaam. We zijn op een wonderlijke manier vanzelfsprekend met elkaar verbonden. Er is een grens tussen ons, maar die voelt vloeibaar. We zijn een gemeenschap. Ik ben een gemeenschap.

Dat zorgen voelt vanzelfsprekend

Dat ik over drie maanden ook voor die ander in mijn gemeenschap ga zorgen, daar twijfelt niemand aan. Ik ook niet. Niemand vraagt mij: neem je het wel in huis? Zorg je dat het te eten krijgt? Dat het opgroeit? Natuurlijk wordt het niet altijd makkelijk. En natuurlijk ga ik het niet alleen doen. Maar dat zorgen voelt vanzelfsprekend.

'Ze ademde snel en leek in paniek'

Een jaar geleden stond er een vrouw van ongeveer vijftig jaar bij mij voor de deur. Ze ademde snel en leek in paniek. Ze vroeg of ze bij mij mocht douchen. Ze vertelde dat ze een heel stuk had gelopen en graag even wilde uitrusten. Ik was beduusd. Ze ging op het stoepje zitten. Ik vroeg of ze het ook al bij de buren had geprobeerd. Ondertussen wist ik niet goed wat ik moest zeggen. Ik was alleen thuis. Ik dacht: als ik haar nu binnenlaat, gaat ze dan straks nog wel weg? Als ik een vinger geef, pakt ze dan niet mijn hele hand? Ik haalde een glas water en een broodje, maar deed de deur achter me dicht toen ik naar de keuken liep. Bang dat ze achter me aan zou lopen.

'Ik kan die vrouw nog steeds uittekenen'

Waar zit het verschil tussen de vanzelfsprekende zorg die ik straks voor de frummel draag en de deur die ik voor deze vrouw dichtdeed? Heeft het met verantwoordelijkheid te maken? Met het gevoel dat de baby van mij is? Dat de baby gewenst is en de vrouw mij overviel? Dat ik van alles voel bij de baby omdat die in mijn lichaam groeit, terwijl ik de vrouw niet ken? Dat ik haar wel zie, maar me niet door haar laat raken? Misschien heeft zorgen dus niet alleen met zien te maken. Ik heb geen idee hoe de frummel eruitziet, maar die vrouw kan ik nog steeds uittekenen. Gaat het dan over verantwoordelijkheid? Betrokkenheid? Een gevoel? Of misschien over lichamelijkheid? In hoeverre kan ik de betrokkenheid die ik zo vanzelfsprekend voel voor de baby in mijn buik, ook voelen voor een vreemde? Kan dat eigenlijk wel? En wat zou daarvoor nodig zijn? Ik weet het niet.

"Waar zit het verschil tussen de vanzelfsprekende zorg die ik straks voor de frummel draag en de deur die ik voor deze vrouw dichtdeed?"

Ik weet het niet

Ik kan er ook niet zo goed meer over nadenken. En eerlijk gezegd begint het me steeds minder uit te maken. Het schijnt dat mijn hersenen tijdens een zwangerschap echt veranderen. Dat sommige functies aangaan en andere juist wat zachter worden. Dat mijn lichaam zich biologisch klaarmaakt om te zorgen en minder te denken. Minder analyseren. Meer voelen. Minder woorden. Meer doen. Misschien zou dat ook een goed medicijn zijn tegen het aankomende zorginfarct. Minder woorden. Meer aanraking. Misschien. Maar ik weet het niet.

Kim Zonneveld

Kim is stadsdramaturg. Samen met Hanna verzamelt ze verhalen en ontmoetingen uit de steden. Ze selecteert de verhalen waarmee verder gewerkt wordt en brengt de beelden, muziek en teksten samen tot een grove blauwdruk van de voorstelling. Kim werkt al sinds de oprichting als stadsdramaturg voor Stormkamer en is daardoor zeer goed bekend met de werkwijze. Momenteel is ze zwanger van haar eerste kindje.